Citaat | Hoge Raad 22 april 2016

Onder 3.3.3 Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:727.

Nu [verzoekster] in eerste aanleg niet werd bijgestaan door een advocaat en niet blijkt dat haar, in overeenstemming met art. 3.1.4.1 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken, is medegedeeld op welke datum en op welk tijdstip telefonisch naar de uitspraak kon worden geïnformeerd, is sprake van een verzuim van de rechtbank als gevolg waarvan [verzoekster] redelijkerwijs niet hoefde te weten dat de rechtbank op 8 juli 2015 uitspraak had gedaan. Het hof had dan ook behoren te onderzoeken of de uitspraak van de rechtbank als gevolg van een niet aan [verzoekster] toe te rekenen fout of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep aan haar is toegezonden of verstrekt. (Vgl. HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1682, NJ 2014/359).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6f7892c4f456a4687af1f63c068ab8831b1e5a7830b0c69b179b3f31ee65c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6f7892c4f456a4687af1f63c068ab8831b1e5a7830b0c69b179b3f31ee65c7, en de alinea staat in dat document op bytes 12044 tot 12852.