Citaat | Hoge Raad 26 april 2016

Onder 3.5.3. Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733.

In feitelijke leidinggeven ligt een zelfstandig opzetvereiste op de verboden gedraging besloten. Voor dit opzet van de leidinggever geldt als ondergrens dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen. Van het bewijs van dergelijke aanvaarding kan – in het bijzonder bij meer structureel begane strafbare feiten – ook sprake zijn indien hetgeen de leidinggever bekend was omtrent het begaan van strafbare feiten door de rechtspersoon rechtstreeks verband hield met de in de tenlastelegging omschreven verboden gedraging. Een ander voorbeeld van een geval waarin onder omstandigheden voldaan kan zijn aan het voor de feitelijke leidinggever geldende opzetvereiste biedt een leidinggever die de werkzaamheden van een onderneming zo organiseert dat hij ermee rekening houdt dat de aan de betrokken werknemers gegeven opdrachten niet kunnen worden uitgevoerd zonder dat dit gepaard gaat met het begaan van strafbare feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/416f26b3d5fec242601e275072e877ac56a593c1fcde44c32c5badb3ac4ef187. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 416f26b3d5fec242601e275072e877ac56a593c1fcde44c32c5badb3ac4ef187, en de alinea staat in dat document op bytes 30222 tot 31393.