Citaat | Hoge Raad 26 april 2016

Onder 6.1. Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:735.

In de aanvraag wordt aangevoerd dat uit de resultaten van de schotbaanreconstructie in het door A. De Villiers Horne opgestelde rapport van 15 januari 2015 volgt dat alle op de plaats delict aangetroffen kogels en hulzen kunnen worden verklaard als enkel afgevuurd in de richting van [slachtoffer 1] (feit 1) dan wel gebouwen aan de Pletterijkade en niet ook in de richting van (de op dat moment wegrennende) [slachtoffer 2] (feit 2), zodat bij bekendheid met dit gegeven het onderzoek zou hebben geleid tot vrijspraak van de aanvrager, niet alleen van feit 2 (poging moord) maar ook van feit 1 (doodslag) en feit 3 (wapenbezit). Immers, aldus de aanvraag, de door het Hof voor het bewijs gebezigde getuigenverklaringen, waarop 's Hofs bewijsvoering in overwegende mate is gebaseerd, zouden gelet op genoemde resultaten niet kunnen kloppen, zodat deze buiten beschouwing moeten blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92ac4ee8e13fd57dd22b6a820410eb1af73be2f8a3b39e6a259743a0d86888ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92ac4ee8e13fd57dd22b6a820410eb1af73be2f8a3b39e6a259743a0d86888ef, en de alinea staat in dat document op bytes 21545 tot 22444.