Citaat | Hoge Raad 26 april 2016
Onder 3.2. Hoge Raad 26 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:738.
"Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte geen schriftelijke of mondelinge bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccf36a1f4162523fa92ea26e1b60fcee0205957467ab40f866c69d6874dc6662. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccf36a1f4162523fa92ea26e1b60fcee0205957467ab40f866c69d6874dc6662, en de alinea staat in dat document op bytes 6987 tot 7453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccf36a1f4162523fa92ea26e1b60fcee0205957467ab40f866c69d6874dc6662 | shasum -a 256