Citaat | Hoge Raad 26 april 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:742.

Door [verdachte] is aangegeven dat hij het samenstel van regels in de gedoogverklaring en de begeleidende brief aldus heeft opgevat dat hij op het verkoopoppervlak een hoeveelheid van maximaal 500 gram soft drugs ter verkoop voorhanden mocht hebben en het kantoortje buiten de gedoogverklaring viel. Het hof begrijpt deze verklaring aldus, dat [verdachte] zich er weliswaar van bewust was dat het voorhanden hebben in het kantoortje en buiten de coffeeshop van softdrugs niet werd gedoogd (immers onderdeel van de illegale achterdeur), maar van mening was dat hij tegelijkertijd de voorwaarde van de maximale handelshoeveelheid zoals opgenomen in de gedoogverklaring niet overtrad. Hij hield zijn voorraad immers buiten het verkoopoppervlak waarop de gedoogverklaring betrekking had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b01f9938599f8b6e96446449516ea099624ae5583402e4d9083f1c06c71b02e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b01f9938599f8b6e96446449516ea099624ae5583402e4d9083f1c06c71b02e, en de alinea staat in dat document op bytes 53369 tot 54165.