Citaat | Hoge Raad 29 april 2016

Onder 2.4.2. Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:753.

De klacht faalt voor zover wordt betoogd dat in het onderhavige geval sprake zou zijn van een teruggaaf van een bedrag aan bpm dat bij uitvoer moet worden aangemerkt als onverschuldigd betaald vanwege het slechts voor een periode van 4 jaar gebruikt zijn van de auto. Zoals hiervoor in 2.3.2, eerste alinea, is overwogen is het Nederland volgens het Unierecht toegestaan een in een andere lidstaat geregistreerde personenauto aan een eenmalige registratiebelasting te onderwerpen, ongeacht de tijdsduur of de intensiteit van het gebruik van de auto in gevallen waarin de auto ten tijde van de registratie hoofdzakelijk bestemd is voor duurzaam gebruik in eerstgenoemde lidstaat of daar aldus feitelijk duurzaam wordt gebruikt. Dit betekent dat indien een dergelijke in Nederland geregistreerde auto voor een periode van 4 jaar of minder wordt gebruikt, de in de waarde van een auto begrepen ‘rest-bpm’ niet onverschuldigd is betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c083a46888efd516d8c7df16e2129cbc7f36d2e51015962e913073efd26510b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c083a46888efd516d8c7df16e2129cbc7f36d2e51015962e913073efd26510b7, en de alinea staat in dat document op bytes 14450 tot 15400.