Citaat | Hoge Raad 29 april 2016
Onder 3.4.3 Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:759.
De gefailleerde is bevoegd om bij gelegenheid van de verificatievergadering, onder summiere opgave van zijn gronden, zich te verzetten tegen de toelating van een vordering, hetzij voor het geheel, hetzij voor een gedeelte, of tegen de erkenning van de beweerde voorrang; een en ander wordt aangetekend in het proces-verbaal van de verificatievergadering (art. 126 lid 1 Fw). Zoals hiervoor in 3.4.1 is overwogen, verbindt art. 197 Fw aan een betwisting op de voet van art. 126 Fw het gevolg dat het proces-verbaal van de verificatievergadering niet de op de voet van art. 196 Fw voor tenuitvoerlegging tegen de schuldenaar vatbare titel oplevert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab449b3e86e53df85dadcdd8cd3f73da18a7d9fc820b992fdea94dce10a5e82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab449b3e86e53df85dadcdd8cd3f73da18a7d9fc820b992fdea94dce10a5e82, en de alinea staat in dat document op bytes 24776 tot 25435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ab449b3e86e53df85dadcdd8cd3f73da18a7d9fc820b992fdea94dce10a5e82 | shasum -a 256