Citaat | Hoge Raad 29 april 2016

Onder 3.4 Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:765.

In onderdeel 2.1 wordt geklaagd dat het hof in rov. 3.8 een onjuiste, want te restrictieve, maatstaf heeft aangelegd door te vergen dat het concrete bedrag van de daadwerkelijk door [verweerster] te betalen afkoopsom wordt genoemd in de aanbiedingsbrief of dat [verweerster] dat bedrag zelfstandig uit de aanbiedingsbrief moet kunnen opmaken. Het onderdeel betoogt dat een aanbod voldoende bepaalbaar is indien de vaststelling van de verbintenissen eventueel achteraf naar tevoren vaststaande criteria kan geschieden, zo nodig met toepassing van art. 6:248 BW, en eventueel ook door één der partijen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9de65d548432b60139dfde270ba72621d9c010a097ded0e35708d64afa80ef53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9de65d548432b60139dfde270ba72621d9c010a097ded0e35708d64afa80ef53, en de alinea staat in dat document op bytes 19994 tot 20609.