Citaat | Hoge Raad 29 april 2016

Onder 4.6.1 Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:769.

Middel 8 keert zich tegen rov. 2.10.3 waarin het hof heeft geoordeeld dat de vorderingen van Seba in E onder I en II van de memorie van grieven, op grond van art. 6:241 BW door het gerechtshof Den Haag moeten worden beoordeeld en dat de zaak daarom voor de beoordeling van die vorderingen van Seba moet worden verwezen naar dat hof. Het middel klaagt dat dit oordeel onjuist is omdat het niet gaat om vorderingen als bedoeld in art. 6:240 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/247f5770fa2987d9d3ee28ebf016b14c52b478900482338a2f22995a31f8bfe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 247f5770fa2987d9d3ee28ebf016b14c52b478900482338a2f22995a31f8bfe8, en de alinea staat in dat document op bytes 22751 tot 23206.