Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:8.
Uit het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming blijkt dat een aantal daarin genoemde verdachte natuurlijke en rechtspersonen verdacht worden van het middels een bedrijvenconstructie (ofwel een loanback constructie) witwassen van crimineel, illegaal vermogen. Uit het onderzoek is gebleken dat de verdachten (wijlen) [betrokkene 1] en [betrokkene 2] beschikken over zeer grote geldbedragen. Hun zichtbare, legale inkomsten staan in het geheel niet in verhouding tot hun uitgaven. Verder vermeldt het proces-verbaal dat uit onderzoek is gebleken dat op de bankrekeningen van de verdachten en de aan hen gelieerde rechtspersonen veelvuldig grote contante stortingen zijn gedaan en dat dit geld is overgemaakt naar andere rekeningen van deze rechtspersonen. Van deze rechtspersonen zijn slechts marginale bedrijfsactiviteiten bekend. Gebleken is dat via deze rechtspersonen grote bedragen zijn geïnvesteerd in onroerend goed en andere ondernemingen die te relateren zijn aan de verdachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be54885abaec0fc4767e39ec699da61b9c51807259887dff1459075a08ca34f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be54885abaec0fc4767e39ec699da61b9c51807259887dff1459075a08ca34f4, en de alinea staat in dat document op bytes 7891 tot 8907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be54885abaec0fc4767e39ec699da61b9c51807259887dff1459075a08ca34f4 | shasum -a 256