Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016
Onder 2.5. Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:8.
Indien de Rechtbank heeft geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat een stuk kan bijdragen aan de waarheidsvinding meebrengt dat dit stuk voorwerp van het strafbare feit uitmaakt of tot het begaan daarvan heeft gediend als bedoeld in art. 98, vijfde lid, Sv, heeft zij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Indien de Rechtbank niet van die opvatting is uitgegaan, is haar oordeel, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 2.4 is overwogen, ontoereikend gemotiveerd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de Rechtbank omtrent de aard van de in beslag genomen stukken enkel heeft vastgesteld dat het "akten en overeenkomsten", alsook "correspondentie met betrekking tot de transacties" betreffen. Daaruit kan niet volgen dat die stukken voorwerp van de door de Rechtbank omschreven verdenkingen van witwassen uitmaken, dan wel hebben gediend tot het begaan van die feiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be54885abaec0fc4767e39ec699da61b9c51807259887dff1459075a08ca34f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be54885abaec0fc4767e39ec699da61b9c51807259887dff1459075a08ca34f4, en de alinea staat in dat document op bytes 14032 tot 14925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be54885abaec0fc4767e39ec699da61b9c51807259887dff1459075a08ca34f4 | shasum -a 256