Citaat | Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 2.3.5. Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:833.

Aan het hiervoor in 2.3.4 bedoelde oordeel heeft het Hof in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat het de wetgever valt te verwijten dat bij invoering van artikel 10b van de Wet per 1 januari 2010 aan dit artikel niet aanstonds de vorm is gegeven die het per 1 januari 2013 wel heeft gekregen. Aangezien het per 1 januari 2010 ingevoerde artikel 10b van de Wet belanghebbende evident geen keuze bood voor de berekening van het zogenoemde restbedrag aan bpm uit te gaan van het in de jaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 geldende laagste bedrag aan bpm, was in zoverre het per 1 januari 2010 ingevoerde artikel 10b van de Wet voorzienbaar niet in overeenstemming met artikel 110 VWEU, aldus het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0921ac86be66ddaa42baa27dd9fcd4e063f9e272119f99f8b111a3e1aa8c7ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0921ac86be66ddaa42baa27dd9fcd4e063f9e272119f99f8b111a3e1aa8c7ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 10737 tot 11451.