Citaat | Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 3.4.1 Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:848.

Ingevolge art. 157 lid 2 Rv levert een authentieke of onderhandse akte, behoudens de in die bepaling vermelde uitzondering, ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van deze verklaring. Op grond van art. 151 lid 2 Rv staat tegen dit dwingend bewijs tegenbewijs open, dat volgens art. 152 lid 1 Rv door alle middelen mag worden geleverd, tenzij de wet anders bepaalt. De mogelijkheid tegenbewijs tegen de akte te leveren is niet beperkt tot de stelling dat anders is verklaard dan in de akte is opgenomen. Het tegenbewijs kan ook betrekking hebben op de stelling dat de in de akte opgenomen verklaring niet overeenstemt met de werkelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08336f723d804acc0801238cd561a7e1ae3b3300c1bce6f22ba157cae88e36f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08336f723d804acc0801238cd561a7e1ae3b3300c1bce6f22ba157cae88e36f2, en de alinea staat in dat document op bytes 12831 tot 13618.