Citaat | Hoge Raad 17 mei 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 17 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:862.

Het hof is door deze argumenten er niet van overtuigd dat de verklaringen van verdachte over zijn gedachtegoed destijds ongeloofwaardig zijn. Het is immers niet onaannemelijk dat verdachte in zijn geschriften niet spreekt over de vroege fase maar enkel van preseniele dementie (wat niet anders inhoudt dan dementie bij mensen jonger dan 65 jaar) omdat anders de vergoeding van Exelon door de ziektekostenverzekeraar in gevaar kwam. Ook plaatst het hof de kanttekening bij de redenering van de rechtbank dat weliswaar vaststaat - verdachte heeft dat ook erkend - dat de patiëntendossiers die verdachte bijhield, uiterst gebrekkig, rommelig en onvolledig waren, maar dat dit in zijn algemeenheid niet betekent, dat bepaalde handelingen niet verricht zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77603da1a01c85a6b3fa72ab870be39a41381280e82a58e56d8f18a55e534a6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77603da1a01c85a6b3fa72ab870be39a41381280e82a58e56d8f18a55e534a6f, en de alinea staat in dat document op bytes 21934 tot 22701.