Citaat | Hoge Raad 17 mei 2016

Onder 3.2.2. Hoge Raad 17 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:862.

Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van bewuste schuld dan wel van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77603da1a01c85a6b3fa72ab870be39a41381280e82a58e56d8f18a55e534a6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77603da1a01c85a6b3fa72ab870be39a41381280e82a58e56d8f18a55e534a6f, en de alinea staat in dat document op bytes 44216 tot 44959.