Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:9.
Uit het proces-verbaal van aanhouding van verdachte door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] blijkt dat verdachte in de nacht van 23 juli 2011 wordt verdacht van wapenbezit. Verbalisanten zien verdachte wegrennen. Op een gegeven moment zien zij dat verdachte blijft stilstaan en zijn armen spreidt. Vervolgens relateren verbalisanten dat zij zagen dat verdachte weigerde om desgevraagd op de grond te gaan liggen, dat verbalisant [verbalisant 3] vervolgens zijn pepperspray op verdachte gebruikte, dat zij zagen dat verdachte in het gezicht werd geraakt door de pepperspray waarna hij knielde op de grond en dat zij hem vervolgens hebben begeleid naar de grond. Toen verbalisanten voelden dat verdachte weigerde zijn rechterarm op zijn rug te brengen hebben zij gepast geweld gebruikt, zo relateren zij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6986468b045009833366f0006403da6b2d6788a5c22ac5bc3160a44379169a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6986468b045009833366f0006403da6b2d6788a5c22ac5bc3160a44379169a5, en de alinea staat in dat document op bytes 10456 tot 11288.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6986468b045009833366f0006403da6b2d6788a5c22ac5bc3160a44379169a5 | shasum -a 256