Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:9.

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging, als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg, slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376, rov. 3.6.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6986468b045009833366f0006403da6b2d6788a5c22ac5bc3160a44379169a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6986468b045009833366f0006403da6b2d6788a5c22ac5bc3160a44379169a5, en de alinea staat in dat document op bytes 22439 tot 23088.