Citaat | Hoge Raad 20 mei 2016

Onder 3.4. Hoge Raad 20 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:922.

Ten aanzien van de aandeelhouders wordt het volgende overwogen. In haar memorie na verwijzing heeft 4-Ward met betrekking tot de primaire vordering gesteld dat, gelet op de faillissementen van [A] en [B] , “in redelijkheid niet van 4-Ward verwacht kan worden die levering onder de huidige omstandigheden te effectueren.” Het hof begrijpt hieruit dat 4-Ward deze vordering prijsgeeft omdat zij er geen belang meer bij heeft. De primaire vordering zal dan ook worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bab5a19f0e0dae553d0a7c8acf3a33910bbb0fd44870feb10ba52334e886f064. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bab5a19f0e0dae553d0a7c8acf3a33910bbb0fd44870feb10ba52334e886f064, en de alinea staat in dat document op bytes 13975 tot 14467.