Citaat | Hoge Raad 20 mei 2016

Onder 3.5.4 Hoge Raad 20 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:922.

In rov. 3.4 heeft het hof uit de motivering die 4-Ward heeft gegeven voor haar eiswijziging, afgeleid dat 4-Ward haar primaire vordering tot levering van aandelen prijsgeeft. 4-Ward heeft in cassatie geen klacht gericht tegen dit oordeel. Mede in het licht van de hiervoor in 3.5.3 weergegeven inhoud van de memorie na verwijzing, heeft het hof begrijpelijkerwijs aan dit oordeel niet het gevolg verbonden dat 4-Ward zich ook wenste neer te leggen bij ontbinding van de overeenkomst op grond van art. 6:258 BW. 4-Ward had immers haar klachten tegen die ontbinding en de gronden daarvoor in haar memorie na verwijzing uitdrukkelijk gehandhaafd, en de motivering van haar eiswijziging (waaruit het hof heeft afgeleid dat zij geen belang meer had bij nakoming van de overeenkomst) was juist primair gericht op instandhouding van de overeenkomst, ook naar de stand van zaken in 2014. 4-Ward verlangde immers een verklaring voor recht dat zij recht had op de levering van de aandelen waartoe die overeenkomst verplichtte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bab5a19f0e0dae553d0a7c8acf3a33910bbb0fd44870feb10ba52334e886f064. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bab5a19f0e0dae553d0a7c8acf3a33910bbb0fd44870feb10ba52334e886f064, en de alinea staat in dat document op bytes 21690 tot 22719.