Citaat | Hoge Raad 20 mei 2016
Onder 3.5.5 Hoge Raad 20 mei 2016
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:922.
Het hof behoefde zich niet van zijn oordeel te laten weerhouden door het feit dat 4-Ward in haar memorie na verwijzing heeft verzocht de overeenkomst te ontbinden voor zover haar vorderingen dat vereisen. Dat standpunt was immers gekoppeld aan de wijziging van haar eis (memorie na verwijzing, p. 3), die het hof niet heeft toegestaan (waarover nader hieronder in 3.8.1). Het had de kennelijke strekking de overeenkomst op grond van een tekortkoming van [verweerster] te ontbinden en strekte niet tot berusting in de door de rechtbank uitgesproken ontbinding (waartegen 4-Ward immers grieven had gericht, die zij ook in haar memorie na verwijzing uitdrukkelijk heeft gehandhaafd). Datzelfde geldt voor de opmerking van 4-Ward dat haar “subsidiaire vordering tot schadevergoeding nevengeschikt/primair” wordt. Ook de omstandigheid dat [verweerster] in haar memorie van antwoord van 8 mei 2008 te kennen had gegeven zich te kunnen neerleggen bij de door de rechtbank uitgesproken schadevergoeding brengt in het bovenstaande geen verandering, nu die bereidheid uitging van toewijzing van haar vordering tot ontbinding op grond van art. 6:258 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bab5a19f0e0dae553d0a7c8acf3a33910bbb0fd44870feb10ba52334e886f064. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bab5a19f0e0dae553d0a7c8acf3a33910bbb0fd44870feb10ba52334e886f064, en de alinea staat in dat document op bytes 23765 tot 24924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bab5a19f0e0dae553d0a7c8acf3a33910bbb0fd44870feb10ba52334e886f064 | shasum -a 256