Citaat | Hoge Raad 27 mei 2016

Onder 3.3.2 Hoge Raad 27 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:996.

Art. 6:223 lid 2 BW houdt in dat indien de aanvaarding van een aanbod te laat plaatsvindt, maar de aanbieder begrijpt of behoort te begrijpen dat dit voor de wederpartij niet duidelijk was, de aanvaarding als tijdig gedaan geldt, tenzij de aanbieder onverwijld aan de wederpartij mededeelt dat hij het aanbod als vervallen beschouwt. Uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.5.3 geciteerde toelichting in de MvA II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 888, volgt dat deze bepaling ertoe strekt het risico van onduidelijkheid over de tijdigheid van de aanvaarding tussen partijen te verdelen in overeenstemming met het vertrouwensbeginsel dat de totstandkoming van rechtshandelingen in het algemeen beheerst. Volgens deze toelichting kan van de aanbieder, wanneer hij zich op niet-tijdigheid van de aanvaarding wil beroepen, alleen dan gevergd worden dat hij onverwijld reageert, indien hij de voor de wederpartij bestaande onduidelijkheid begreep of behoorde te begrijpen. De genoemde strekking van de bepaling brengt volgens de toelichting mee dat “niet te snel zal mogen worden aangenomen dat aan deze eis is voldaan”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/796b32cedcfc148fc200a4250626b491518afeda38dd15f46941bd195252d66c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 796b32cedcfc148fc200a4250626b491518afeda38dd15f46941bd195252d66c, en de alinea staat in dat document op bytes 22208 tot 23349.