Citaat | Hoge Raad 27 mei 2016

Onder 3.4.2 Hoge Raad 27 mei 2016

Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:996.

Indien na verwijzing (wederom) tot de conclusie wordt gekomen dat de leaseovereenkomst tussen [verweerster] en [eiseres] tot stand is gekomen, faalt het onderdeel. Uitgaande van het bestaan van de onderhavige leaseovereenkomst (die in dit verband op een lijn gesteld kan worden met een huurovereenkomst), brengt art. 7:225 BW immers mee dat de lessee (huurder) die na het einde van de overeenkomst de zaak gedurende een bepaalde periode onrechtmatig onder zich houdt, een vergoeding verschuldigd is gelijk aan de leasetermijnen (huurprijs) over die periode. In zodanig geval wordt de schade van de lessor (verhuurder) derhalve naar objectieve maatstaven berekend (vgl. HR 24 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1782, NJ 2013/540).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/796b32cedcfc148fc200a4250626b491518afeda38dd15f46941bd195252d66c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 796b32cedcfc148fc200a4250626b491518afeda38dd15f46941bd195252d66c, en de alinea staat in dat document op bytes 26540 tot 27275.