Citaat | Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 3.4.2 Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1008.

De klacht faalt. Ingevolge vaste rechtspraak strekt de omkeringsregel ertoe dat in bepaalde gevallen een uitzondering wordt gemaakt op de hoofdregel van art. 150 Rv in dier voege dat het bestaan van causaal verband (in de zin van condicio sine qua non-verband) tussen een onrechtmatige daad of tekortkoming en het ontstaan van de schade wordt aangenomen, tenzij degene die wordt aangesproken bewijst – waarvoor in het kader van het hier te leveren tegenbewijs voldoende is: aannemelijk maakt – dat de bedoelde schade ook zonder die gedraging of tekortkoming zou zijn ontstaan. Voor toepassing van deze regel is vereist dat sprake is geweest van een gedraging in strijd met een norm die strekt tot het voorkomen van een specifiek gevaar ter zake van het ontstaan van schade, en dat degene die zich op schending van deze norm beroept, ook bij betwisting aannemelijk heeft gemaakt dat in het concrete geval het (specifieke) gevaar waartegen de norm bescherming beoogt te bieden, zich heeft verwezenlijkt. (Zie, met verwijzingen naar eerdere rechtspraak, HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7264, NJ 2012/669)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f388f9d959a0eb483460a660c478ca3fe3cef2e398e88951a615806646ae7c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f388f9d959a0eb483460a660c478ca3fe3cef2e398e88951a615806646ae7c1, en de alinea staat in dat document op bytes 17799 tot 18924.