Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017

Onder 2.2.2. Hoge Raad 4 juli 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016.

Ik ben ongeveer 10 dagen in Nederland. Ik verblijf in het appartement van mijn neef. Ik weet de straat van het appartement niet uit mijn hoofd, het is huisnummer 331 in Rotterdam. Gisteravond was ik in de [A] . Er waren ook drie meisjes, [betrokkene 1] , [betrokkene 4] en iemand die volgens mij [verdachte] heet. Om 01.00 uur ging de bar dicht. We zijn toen met z'n vieren naar het appartement gegaan. Omstreeks 01.15 u kwamen we daar aan. [betrokkene 4] zei tegen mij: "Ik heb honger. Ik heb trek in lasagna". Ik hoorde dat [verdachte] zei: "Laten we iets bestellen bij een pizzeria". Ik zei toen dat die dicht was. [verdachte] zei toen dat de pizzeria wel open was en ik zag haar vervolgens bellen. Omstreeks 01:40 uur werd er via de intercom aangebeld. Ik liep naar de deur en deed de deur open. Ik zag dat er een man voor de deur stond. Ik zag dat er nog een man achter hem stond. De man die ik als eerste zag zal ik in mijn verdere verklaring dader 1 noemen. De man die achter hem stond zal ik in mijn verdere verklaring dader 2 noemen. Ik zag en voelde dat dader 1 mij plotseling naar binnen duwde. Ik zag dat dader 2 ook naar binnen liep. Ik zag nu dat er nog een man bij was. Ik zal hem in mijn verdere verklaring dader 3 noemen. Ik zag dat dader 1 en 2 mij door de gang heen duwden totdat we in de woonkamer waren. Hier werd ik door dader 1 en dader 2 op de grond geduwd. Ik zag dat dader 3 naar [betrokkene 1] , [betrokkene 4] en [verdachte] liep die ook in de woonkamer op de bank zaten. Ik hoorde gegil. Ik zag dat dader 1 en 2 mij met echte handboeien wilden vastmaken aan mijn polsen en dat zij tape op mijn mond wilden plakken. Ik zag en voelde dat dader 1 op mijn hoofd sloeg. Er ontstond een worsteling tussen dader 1 en 2 en mij terwijl ik op de grond lag. Uiteindelijk heeft dader 2 handboeien om mijn polsen gedaan en werd ik via de voorzijde van mijn lichaam aan mijn polsen geboeid. Ook werden er tie-raps om mijn polsen gedaan. Ik hoorde dader 1 of dader 2 zeggen in het Marokkaans: 'Waar is het geld!' Ik hoorde dader 1 of dader 2 tegen mij zeggen in het Marokkaans: 'Niet naar ons kijken!' Vervolgens hebben ze een jas over mijn hoofd gedaan. Dader 2 zei vervolgens tegen mij in het Marokkaans: 'geef me geld!'. Ik hoorde dat dader 2 tegen mij in het Marokkaans zei: "Als je geen geld geeft dan jaag ik een kogel door je kop". Ik werd door dader 1 en 2 over de grond naar de keuken gesleept. In de keuken heeft een van de daders mijn voeten bij elkaar gebonden met twee riemen, tape en een stuk touw. Ik hoorde dat dader 2 tegen mij zei in het Marokkaans: 'ga iemand bellen die geld voor ons komt brengen, dan laten we je vrij'. Ik zag en voelde dat dader 1, 2 en 3 mij naar de badkamer droegen. Ik werd in de jacuzzi gegooid. Ik voelde dat ik water over mij heen kreeg. Ik hoorde dat een van de daders zei: 'Of we nemen je mee naar België of je gaat iemand bellen'. Een van de daders bleef bij mij in de badkamer. Ik zag niet welke. Hij heeft mij gefouilleerd. Ik voelde dat ik een kussen op mijn hoofd kreeg van een van de daders. Dader 3 droeg de hele tijd een bivakmuts.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b, en de alinea staat in dat document op bytes 26802 tot 29916.