Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017
Onder 2.2.3. Hoge Raad 4 juli 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016.
In de avond van 11 juli 2011 zijn [betrokkene 1] , [verdachte] en [betrokkene 11] vanaf de woning van de ouders van [betrokkene 1] vertrokken naar [A] . Na sluitingstijd nodigde [slachtoffer] hen uit naar zijn woning. Onderweg heeft [verdachte] [betrokkene 2] gepingd met de telefoon van [betrokkene 1] . Eenmaal in de woning zei [betrokkene 11] dat zij eten wilde bestellen. [verdachte] belde [betrokkene 2] op en had met hem een fictief gesprek over een pizzabestelling. De jongens die zouden komen, wisten waar zij moesten zijn en stonden toen al beneden. Korte tijd later werd er aangebeld. [slachtoffer] deed open en drie jongens stormden de woning binnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b, en de alinea staat in dat document op bytes 34679 tot 35353.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b | shasum -a 256