Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017
Onder 3 Hoge Raad 4 juli 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016.
3.2.1. Een door enig persoon in verband met een strafzaak afgelegde en de verdachte belastende of ontlastende verklaring, zoals die onder meer kan zijn vervat in een ambtsedig proces-verbaal, wordt ingevolge de autonome betekenis welke toekomt aan de term 'witnesses/témoins' in art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM, in het perspectief van het EVRM aangemerkt als verklaring van een getuige als aldaar bedoeld. Op grond van die verdragsbepaling heeft de verdediging aanspraak op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen. De omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van die mogelijkheid, staat niet eraan in de weg dat een door een getuige afgelegde verklaring voor het bewijs wordt gebezigd, mits is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, in het bijzonder doordat de bewezenverklaring niet in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd dan wel - indien de bewezenverklaring wel in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd - het ontbreken van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om de desbetreffende getuige te ondervragen in voldoende mate wordt gecompenseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b, en de alinea staat in dat document op bytes 43426 tot 44667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b | shasum -a 256