Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017
Onder 2.2.1. Hoge Raad 4 juli 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016.
We zijn toen die avond het plan gaan uitvoeren. [verdachte] en [betrokkene 4] waren in het huis van mijn ouders. Mijn ouders waren nog steeds op vakantie. Toen ik daar aan kwam was [betrokkene 2] ook in mijn ouders huis. [verdachte] , [betrokkene 4] en ik gingen naar [A] . Tegen sluitingstijd kwam [slachtoffer] erbij staan. Hij vond [verdachte] leuk en nodigde haar uit om met hem mee te gaan naar zijn woning. Enkele dagen daarvoor waren wij ook al eens met [slachtoffer] meegegaan. Hij wilde [verdachte] , maar [verdachte] had geen zin om alleen met hem mee te gaan en toen zijn we met z'n allen gegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b, en de alinea staat in dat document op bytes 11833 tot 12454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edda3be676f2198fca61b3f20030ca63949cbe6b58378a4ad7eeb6579d4c943b | shasum -a 256