Citaat | Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 03.25 Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1017.

In 2001 ben ik in Nederland geweest. Ik heb mijn vader toen rond gereden en in dat kader heb ik een aantal mensen gezien. Ik herinner me dat ik een aantal keren [betrokkene 2] heb gezien. Ik heb [betrokkene 2] kort gesproken. Ik heb [betrokkene 1] één of twee keer ontmoet. Hij was altijd samen met [betrokkene 2] . Ik heb hem gesproken. Dat kwam door mijn vader die mij vroeg om hem naar zijn vriend te brengen en dat bleek [betrokkene 1] te zijn. Zoals ik gisteren al verklaarde fungeerde ik toen als chauffeur voor mijn vader. Als ik [betrokkene 1] ontmoette was dat altijd samen met mijn vader. Ik heb [betrokkene 1] een of twee keer ontmoet. Voor zover ik mij herinner waren die een à twee keer dat ik hen heb gezien [betrokkene 1] en [betrokkene 2] altijd samen. Mijn vader was daar dus altijd bij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0d7a3f6bb16d501016fc8008acda917164db590183635a32a5af8cfc3ff5585. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0d7a3f6bb16d501016fc8008acda917164db590183635a32a5af8cfc3ff5585, en de alinea staat in dat document op bytes 48869 tot 49689.