Citaat | Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 2.1. Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1018.
De rechter-commissaris heeft de stukken, betrekking hebbende op (correspondentie tussen) [medeklager] en klaagster, gespecificeerd en genummerd van 1 tot en met 52. De stukken vermeld onder de nummers 12 t/m 46 en 48 t/m 52 zijn door de rechter-commissaris aangemerkt als stukken die zijn te beschouwen als geschriften die het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend en de rechter-commissaris heeft dienaangaande geconcludeerd dat er geen beletsel is voor de officier van justitie om die stukken in het onderzoek te gebruiken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f, en de alinea staat in dat document op bytes 8328 tot 8909.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f | shasum -a 256