Citaat | Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 2.1. Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1018.

De vraag of een in beslag te nemen of in beslag genomen stuk voorwerp van het strafbare feit uitmaakt of tot het begaan daarvan heeft gediend laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar is in het bijzonder afhankelijk van de aard van het in beslag te nemen of in beslag genomen stuk en de aard van het delict dat zou zijn begaan door de (rechts)persoon jegens wie de verdenking is gericht, alsmede de feitelijke gedragingen die hem in dat verband worden verweten (vgl. HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:8). Zoals de Hoge Raad in de bovengenoemde beschikking van 28 juni 2016 heeft overwogen, dient de beklagrechter bij de beoordeling daarvan, gezien de aard van het verschoningsrecht, de nodige behoedzaamheid in acht te nemen, en in ieder geval moeten de door hem vastgestelde feiten en omstandigheden zijn oordeel dat het in beslag genomen stuk voorwerp van het strafbare feit uitmaakt of tot het begaan daarvan heeft gediend, kunnen dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f, en de alinea staat in dat document op bytes 10909 tot 11872.