Citaat | Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 2.1. Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1018.
Zoals de officier van justitie in raadkamer desgevraagd heeft bevestigd bestaat tegen klaagster geen verdenking van het begaan van een strafbaar feit. De verdenking (van het plegen van valsheid in geschrift) is gericht tegen [medeklager]. In de lopende strafzaak is onderwerp van onderzoek de vraag of [medeklager] zich schuldig heeft gemaakt aan het valselijk (laten) opmaken van facturen, in die zin dat kosten zijn gefactureerd aan [A] B.V. terwijl die kosten zien op voor [medeklager] (zijnde bestuurder van die besloten vennootschap) in privé verrichte werkzaamheden. Zoals de officier van justitie in raadkamer eveneens desgevraagd heeft bevestigd, en zoals ook wordt vermeld in eerdergenoemde aantekeningen van officier van justitie B. Schnier (onder punt 23), ziet de verdenking op de periode 1 januari 2011 tot en met 22 mei 2012.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f, en de alinea staat in dat document op bytes 11918 tot 12771.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f | shasum -a 256