Citaat | Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 2.1. Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1018.
De raadkamer heeft geen kennis genomen van deze stukken en ziet daartoe ook geen noodzaak. Blijkens de beschikking van de rechter-commissaris van 6 juni 2014 betreffen beide stukken brieven van [betrokkene 1] aan [betrokkene 2]. Naar uit het voorhanden zijnde dossier blijkt, zijn beide personen werkzaam -geweest- in de functie van bestuurder van [A] B.V. (respectievelijk vanaf november 2012 en september 2011). Naar het oordeel van de raadkamer valt niet in te zien dat deze stukken, die niet zien op enige correspondentie met - een medewerk(st)er van - klaagster en die in beslag genomen zijn onder [medeklager], onder de geheimhoudingsplicht van klaagster vallen. Klaagster heeft geen argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden en kan zich met betrekking tot die stukken dan ook niet op haar verschoningsrecht beroepen. Daarmee hoeft aan de vraag of de stukken voorwerp uitmaken van het strafbare feit dan wel tot het begaan daarvan hebben gediend, niet te worden toegekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f, en de alinea staat in dat document op bytes 13687 tot 14692.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f | shasum -a 256