Citaat | Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 3.3. Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1018.
De Rechtbank heeft vastgesteld dat de stukken met de nummers 50 en 52 onder [medeklager] zijn inbeslaggenomen en dat het gaat om "brieven van [betrokkene 1] aan [betrokkene 2]", welke personen beiden werkzaam zijn (geweest) "in de functie van bestuurder van [A] BV". De Rechtbank heeft voorts overwogen dat klaagster ten aanzien van deze stukken geen verschoningsrecht toekomt, aangezien de desbetreffende stukken "niet zien op enige correspondentie met - een medewerk(st)er van - klaagster" en klaagster geen argumenten heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f, en de alinea staat in dat document op bytes 19115 tot 19699.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/704bbdca713ff97e03725f398c91fa57bb2776325fc9e5f80d7a1ad3a20e598f | shasum -a 256