Citaat | Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1020.
Ik woon samen met mijn vrouw, [betrokkene 2] , op de [a-straat 1] te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk. In de nacht van 18 op 19 oktober 2013 lagen wij, ik en mijn vrouw, te slapen. Zij maakte mij wakker en zei dat ik 112 moest bellen. Dit heb ik gelijk gedaan. Ik ben tevens direct naar de keuken gelopen en heb het licht aangedaan. Ik zag dezelfde manspersoon als mijn vrouw had gezien. Op het moment dat ik het licht aandeed, rende deze persoon hard weg de hoek om richting de tweede oprit bij de achterzijde. Ik deed het licht in de keuken uit waardoor ik beter zicht had op wat er buiten te zien was. Ik zag dat een tweede manspersoon ook wegrende richting de tweede oprit. Bij het keukenraam zag ik dat er braakschade was ontstaan aan de raamlijst en het raamkozijn. Ik zag meerdere moeten in de raamlijst en het raamkozijn staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd31cfb293287ade028cadb53d549d2db62e3043cd6640af323b035675a17f0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd31cfb293287ade028cadb53d549d2db62e3043cd6640af323b035675a17f0e, en de alinea staat in dat document op bytes 9045 tot 9901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd31cfb293287ade028cadb53d549d2db62e3043cd6640af323b035675a17f0e | shasum -a 256