Citaat | Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 2.3.2 Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1066.

In een dagvaardingsprocedure is uitgangspunt dat de verweerder tegen wie verstek is verleend, op grond van art. 418a Rv in verbinding met art. 142 Rv de bevoegdheid heeft om, zolang de einduitspraak nog niet is gewezen, alsnog in het geding te verschijnen, waardoor de gevolgen van het tegen hem verleende verstek vervallen, behalve ten aanzien van de daardoor veroorzaakte kosten. De eisen van een goede procesorde kunnen evenwel meebrengen dat van deze bevoegdheid geen gebruik meer kan worden gemaakt (vgl. HR 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4709, NJ 2001/653). Uitgangspunt is voorts dat de eisen van een goede procesorde meebrengen dat de verweerder die het verstek zuivert nadat de conclusie van de Advocaat-Generaal is genomen, het geding dient te aanvaarden in de stand waarin het zich bevindt en dus nog slechts schriftelijk commentaar op die conclusie kan leveren, met inachtneming van het in art. 44 lid 3 Rv bepaalde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a7cfcfecdf33bce49c94c5a82ebcd5a95f8ff6618f339edf42bc9241a58ba2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a7cfcfecdf33bce49c94c5a82ebcd5a95f8ff6618f339edf42bc9241a58ba2d, en de alinea staat in dat document op bytes 10236 tot 11181.