Citaat | Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 5.3.3 Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1066.

Ook de leningovereenkomst voor het bedrag van € 150.000,- zijn partijen gezamenlijk aangegaan. De man heeft evenwel dit bedrag aan zijn broer geleend en uitsluitend hij heeft ter zake hiervan een vorderingsrecht op zijn broer, althans op diens erfgenamen. De vrouw heeft ter zake geen vordering. Gelet op deze omstandigheid is het hof van oordeel dat in de verhouding tussen partijen, hoewel het een gezamenlijke lening betreft, de man draagplichtig dient te zijn voor de lening (…). Aan de stelling van de man dat de vordering mogelijk oninbaar is gaat het hof voorbij nu de man die stelling niet nader heeft onderbouwd. Ook de rente die over deze lening is verschuldigd en die inmiddels uit de opbrengst van het huis aan de bank is vergoed dient voor rekening van de man te komen. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a7cfcfecdf33bce49c94c5a82ebcd5a95f8ff6618f339edf42bc9241a58ba2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a7cfcfecdf33bce49c94c5a82ebcd5a95f8ff6618f339edf42bc9241a58ba2d, en de alinea staat in dat document op bytes 19700 tot 20508.