Citaat | Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.3.3 Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1066.
Indien dit oordeel aldus moet worden verstaan dat daarin tot uitgangspunt is genomen dat de lening van € 150.000,-- tot de beperkte gemeenschap als bedoeld in art. 1.1 van de akte huwelijkse voorwaarden behoort, heeft het hof miskend dat partijen, volgens art. 1.1 van de akte huwelijkse voorwaarden en art. 1:100 lid 1 BW, ieder voor de helft draagplichtig zijn, tenzij het in de uitzonderlijke omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de man zich jegens de vrouw op de verdeling bij helfte beroept (o.a. HR 7 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0071, NJ 1991/593; HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1749, NJ 2012/407). Indien het hof dat niet heeft miskend, heeft het zijn oordeel dat sprake is van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden ontoereikend gemotiveerd. Het hof heeft immers slechts bij zijn oordeel betrokken dat de man het bedrag aan zijn broer heeft (door)geleend en de vrouw ter zake geen vordering heeft. Het is niet kenbaar ingegaan op de stelling van de man dat de vrouw wist van de lening en heeft meegetekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a7cfcfecdf33bce49c94c5a82ebcd5a95f8ff6618f339edf42bc9241a58ba2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a7cfcfecdf33bce49c94c5a82ebcd5a95f8ff6618f339edf42bc9241a58ba2d, en de alinea staat in dat document op bytes 20599 tot 21702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a7cfcfecdf33bce49c94c5a82ebcd5a95f8ff6618f339edf42bc9241a58ba2d | shasum -a 256