Citaat | Hoge Raad 16 juni 2017
Onder 4.2.3 Hoge Raad 16 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1107.
In art. 28 (oud) van de Wet op het consumentenkrediet (Stb. 1990/395) was bepaald dat de kredietgever onder omstandigheden diende te beschikken over genoegzame inlichtingen aangaande de kredietwaardigheid van degene voor wie het krediet werd aangevraagd. In de parlementaire geschiedenis van deze wet is erop gewezen dat de aanbieder van krediet aandacht ervoor dient te hebben dat het nemen van krediet door de consument kan leiden tot problematische schuldsituaties (Kamerstukken II, 1986-1987, 19 785, nr. 3, p. 23-24). De Wet op het consumentenkrediet had dan ook mede ten doel consumenten te beschermen tegen overkreditering (vgl. HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, NJ 2015/477, rov. 3.4.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d4dd3f71ce3e8a6b293c5edfa9aa3cf07e9c133818eec62aa32b4ebef103f89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d4dd3f71ce3e8a6b293c5edfa9aa3cf07e9c133818eec62aa32b4ebef103f89, en de alinea staat in dat document op bytes 31417 tot 32130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d4dd3f71ce3e8a6b293c5edfa9aa3cf07e9c133818eec62aa32b4ebef103f89 | shasum -a 256