Citaat | Hoge Raad 27 januari 2017
Onder 3.6 Hoge Raad 27 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:111.
Het middel voert aan dat [verzoeker] in zijn appelschrift heeft gesteld dat alle relevante feiten en omstandigheden, alsmede de zienswijze van [betrokkene 1] en haar bezwaren, ten tijde van de toelating bekend waren en aan de rechtbank zijn voorgelegd. [verzoeker] heeft daarbij (onder meer) verwezen naar zijn toelatingsverzoek (productie 3 bij het appelschrift). Het hof heeft deze stelling van [verzoeker] verworpen op de enkele grond dat er geen zitting heeft plaatsgevonden waarin [verzoeker] kon worden bevraagd, debat kon plaatsvinden en [betrokkene 1] haar visie kon inbrengen. Indien echter de feiten en omstandigheden op grond waarvan het hof tussentijdse beëindiging op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder f, Fw aangewezen heeft geacht, reeds in stukken aan de rechtbank waren voorgelegd toen zij ten aanzien van [verzoeker] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitsprak, moet ervan worden uitgegaan dat die feiten en omstandigheden in die uitspraak zijn verdisconteerd. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat de toelatingsbeslissing is gegeven zonder dat daaraan een behandeling ter zitting is voorafgegaan. Het middel slaagt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99324e875755cdf64a1e5e3dff0f685f7be5cde54a8bb556f9ab8951373395da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99324e875755cdf64a1e5e3dff0f685f7be5cde54a8bb556f9ab8951373395da, en de alinea staat in dat document op bytes 11229 tot 12413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99324e875755cdf64a1e5e3dff0f685f7be5cde54a8bb556f9ab8951373395da | shasum -a 256