Citaat | Hoge Raad 20 juni 2017
Onder 2.2. Hoge Raad 20 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1114.
Art. 55, eerste lid, en art. 56 Sr komen in recente rechtspraak van de Hoge Raad zelden aan de orde. Daarbij speelt een belangrijke rol dat hierop betrekking hebbende klachten doorgaans van onvoldoende belang zijn om cassatie te rechtvaardigen omdat - kort gezegd - de opgelegde straf ver onder het strafmaximum ligt dat zou gelden als met de steller van het middel van eendaadse samenloop of voortgezette handeling zou worden uitgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4016c24326881059e1e5ec8fe2600e563a3afa7a7d42c81775733e1eaae690. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4016c24326881059e1e5ec8fe2600e563a3afa7a7d42c81775733e1eaae690, en de alinea staat in dat document op bytes 10094 tot 10608.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca4016c24326881059e1e5ec8fe2600e563a3afa7a7d42c81775733e1eaae690 | shasum -a 256