Citaat | Hoge Raad 30 juni 2017
Onder 3.3.3 Hoge Raad 30 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1182.
Art. 2:23c lid 2 BW in verbinding met art. 3:320 BW geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend op de voet van art. 2:23c lid 1 BW. Dit brengt mee dat heropening van de vereffening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn. Om dezelfde reden behoeft een verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon niet te worden gestuit gedurende de periode dat die rechtspersoon niet meer bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c6442ae287cd0cf45450a9e84654be04f34042eed8752c330b4880be8dafa8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c6442ae287cd0cf45450a9e84654be04f34042eed8752c330b4880be8dafa8c, en de alinea staat in dat document op bytes 15230 tot 15940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c6442ae287cd0cf45450a9e84654be04f34042eed8752c330b4880be8dafa8c | shasum -a 256