Citaat | Hoge Raad 30 juni 2017
Onder 3.3.4 Hoge Raad 30 juni 2017
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1182.
Onderdeel 3.3 doet nog een beroep op HR 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3743, NJ 2014/87. In dat arrest is bepaald dat de verjaring van het invorderingsrecht van de Ontvanger tegen een niet meer bestaande vennootschap gestuit kan worden door betekening van een akte van vervolging op de voet van art. 54 lid 4 Rv. De vraag of stuiting nodig was om de verjaring te voorkomen, was in die procedure in cassatie niet aan de orde. Nu het hof in de onderhavige procedure terecht heeft geoordeeld dat de verjaringstermijn ook zonder stuiting tegen de niet meer bestaande vennootschap is voortgelopen, behoefde het hof niet in te gaan op de stelling van [eiser] dat Rabobank geen gebruik had gemaakt van de stuitingsmogelijkheid van art. 54 lid 4 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c6442ae287cd0cf45450a9e84654be04f34042eed8752c330b4880be8dafa8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c6442ae287cd0cf45450a9e84654be04f34042eed8752c330b4880be8dafa8c, en de alinea staat in dat document op bytes 16031 tot 16789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c6442ae287cd0cf45450a9e84654be04f34042eed8752c330b4880be8dafa8c | shasum -a 256