Citaat | Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 3.3.2 Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1186.

Op degene die een zaak in bruikleen heeft ontvangen, rusten – behoudens voor zover uit de overeenkomst anders voortvloeit – twee primaire verplichtingen: hij dient de zaak bij het einde van de bruikleen aan de uitlener terug te geven (art. 7A:1777 BW) en hij moet tot op dat moment ‘als een goed huisvader’ voor de bewaring en het behoud van de zaak zorgen (art. 7A:1781 lid 1 BW). Voorts gelden de in deze zaak niet aan de orde zijnde voorschriften dat de bruiklener van de zaak geen ander gebruik mag maken dan de aard van de zaak meebrengt of uit de overeenkomst voortvloeit (art. 7A:1781 lid 2 BW) en dat hij niet aansprakelijk is voor waardevermindering van de zaak als gevolg van het overeengekomen gebruik (art. 7A:1784 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cf2ad6d328fea4324bde15c05d6ae024c186494da1b882f8be0ef8a4e877d1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cf2ad6d328fea4324bde15c05d6ae024c186494da1b882f8be0ef8a4e877d1a, en de alinea staat in dat document op bytes 13014 tot 13767.