Citaat | Hoge Raad 31 januari 2017

Onder 2.2.1. Hoge Raad 31 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:120.

[verdachte] en [medeverdachte] hebben het adres van [betrokkene 1] aan mij gevraagd. Ze wilden de spullen eerst aan mij geven zodat ik ze op school kon teruggeven. Ik werd na het feestje rond 2 uur 's nachts gebeld door [betrokkene 4] (het hof begrijpt: [betrokkene 4] ). [betrokkene 4] wilde de spullen naar mij brengen maar ik wilde er niets mee te maken hebben. En ik kon ze ook niet binnen laten want ze wilden direct komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d038d4c2be02a329f2eecbc8b140e17e059b704856fad9ee04fefbb9f7fda11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d038d4c2be02a329f2eecbc8b140e17e059b704856fad9ee04fefbb9f7fda11, en de alinea staat in dat document op bytes 14987 tot 15442.