Citaat | Hoge Raad 31 januari 2017

Onder 2.2.1. Hoge Raad 31 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:120.

Op 7 december 2013 was ik met anderen van het feestje van [betrokkene 2] onderweg naar huis. Wij werden achtervolgd door een groep van vier personen. Deze vier personen had ik eerder die avond op het feestje gezien. Ik herkende de verdachte [medeverdachte] . Hij zat in die tijd bij mij op school. Hij zei dat ik spullen moest geven en hij zei: 'Ik ken je'."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d038d4c2be02a329f2eecbc8b140e17e059b704856fad9ee04fefbb9f7fda11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d038d4c2be02a329f2eecbc8b140e17e059b704856fad9ee04fefbb9f7fda11, en de alinea staat in dat document op bytes 18587 tot 18958.