Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017

Onder 2.2.2. Hoge Raad 4 juli 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1216.

(...) Ik wilde niet meer zo vaak seks, dan zei ik ook nee. Ik moest met hem praten over wat ik normaal zou vinden qua hoeveelheid seks per week. Toen zei ik dat ik een keer wel genoeg vond. Hij werd toen boos, omdat volgens hem normale mensen elke dag wel seks hebben. Uiteindelijk kwamen we op een hoeveelheid van drie keer per week seks. Hij had tekens met mij afgesproken, zoals met die hand wat ik net deed. Als mijn moeder dan niet oplette en hij deed bijvoorbeeld dit (aangeefster heeft een gebalde vuist met de duim tussen de wijs- en middelvinger), dan betekende dat neuken en dan moest ik eerst naar boven. Als hij dat deed, dan keek hij heel vrolijk en blij, maar als ik dan dat teken zag en naar beneden keek en met mijn hoofd zacht nee schudde, zodat mijn moeder het ook niet zag, dan zag ik zijn gezichtsuitdrukking veranderen. In helemaal boos. Dan ging hij weer kwetsende dingen zeggen of mij negeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4a8e2b455f610030d372eb64e5f49c7d8820e12f354a2cc8e715a08e1ac9b80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4a8e2b455f610030d372eb64e5f49c7d8820e12f354a2cc8e715a08e1ac9b80, en de alinea staat in dat document op bytes 21096 tot 22025.