Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017

Onder 2.3. Hoge Raad 4 juli 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1226.

Het middel doet een beroep op de rechtspraak van de Hoge Raad over in het bijzonder de kwalificeerbaarheid als witwassen van het "verwerven" van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:702, NJ 2014/302 en HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842). De bewezenverklaring houdt evenwel ook in dat de verdachte de hoeveelheden (contant) geld heeft "omgezet" en/of daarvan "gebruik heeft gemaakt". Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het "verwerven" van de geldbedragen, zou de mogelijke gegrondheid van deze klacht niet tot cassatie behoeven te leiden wegens het ontbreken van voldoende belang van de verdachte bij deze klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb8fdba673e999664618a5f41bb40c4c38718c5665850eec747c8e64460f9dd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb8fdba673e999664618a5f41bb40c4c38718c5665850eec747c8e64460f9dd9, en de alinea staat in dat document op bytes 9784 tot 10594.