Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017

Onder 3.3. Hoge Raad 4 juli 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1227.

Ingevolge art. 288, eerste lid onder b, Sv kan de rechter van het verhoor van een niet verschenen getuige afzien indien het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige ter terechtzitting te kunnen ondervragen. Ook in een geval waarin het gaat om ontucht met een minderjarige, zal de rechter dus, indien hij daartoe de in genoemd artikellid vermelde gronden aanwezig acht, het belang van het slachtoffer mogen doen prevaleren boven het recht van de verdachte om het slachtoffer te (doen) ondervragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc512b0f688d7457e997b72bd6082caa10c6bb195ca763c879fef939da6173ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc512b0f688d7457e997b72bd6082caa10c6bb195ca763c879fef939da6173ed, en de alinea staat in dat document op bytes 22859 tot 23559.