Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017
Onder 3.3.2. Hoge Raad 4 juli 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1232.
"Het hof acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte, de verklaring van verdachte dat hij ter plaatse was en de verklaring van getuige [getuige]. Zowel de aangeefster, de verdachte en de getuige spreken over de ruiten die zijn ingegooid. Daarnaast spreken aangeefster en getuige [getuige] over een bedreiging die heel specifiek is. Gezien de locatie, specificiteit van verdachte en het feit dat de getuige ook spreekt over de honden van de aangeefster is er volgens het hof geen sprake van een misverstand over de tijdstip en de locatie van het ten laste gelegde feit. Wat betreft het verzoek tot het horen van de getuigen overweegt het hof dat de ervaring leert dat herinneringen over het algemeen na verloop van tijd niet beter worden en daarom is er geen noodzaak tot het horen van de getuigen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ee70889dc3d4a07c8fe216f3141487330d90def3f3223cc525112f19bca3672. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ee70889dc3d4a07c8fe216f3141487330d90def3f3223cc525112f19bca3672, en de alinea staat in dat document op bytes 14786 tot 15622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ee70889dc3d4a07c8fe216f3141487330d90def3f3223cc525112f19bca3672 | shasum -a 256