Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017

Onder 13.00 Hoge Raad 4 juli 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1233.

Op dat moment staan [slachtoffer] en ik dus samen in de garage. De deur was gesloten. [slachtoffer] stond met haar rug tegen de garagedeur, ik stond tegenover haar. [slachtoffer] was weer verbaal heel sterk, ik werd in de hoek gedrukt. Opeens gaf [slachtoffer] mij een forse duw tegen mijn rechterschouder, waardoor ik achteruit deinsde. Op dat moment sloegen bij mij de stoppen door. Als reflex duwde ik haar met veel kracht met haar hoofd tegen de muur. We komen op het zeil terecht. Hoe dat gebeurde weet ik niet precies, mogelijk dat ik haar aan haar haren meetrok. We stonden op het zeil en ik had het mes in mijn handen. Ik zag een forse jaap in mijn duim. Ik was al in razernij en dat triggerde me nog meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57e07550f664a36ec1c49ffd8e9cb7c76cde3167f519ca6f596d14111f86c96a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57e07550f664a36ec1c49ffd8e9cb7c76cde3167f519ca6f596d14111f86c96a, en de alinea staat in dat document op bytes 20592 tot 21319.